'Een meisje die': fout of toch niet?

Gender is een super actueel onderwerp in de hedendaagse samenleving, maar ook in taal! Deze verkenning gaat over woordgeslacht in het Nederlands en Nederlands dialect. Tegenwoordig hoor je steeds vaker 'een meisje die’ in plaats van ‘een meisje dat’. Voor veel mensen zijn fouten in woordgeslacht een taalergernis, voor jou ook? In deze verkenning test je jouw eigen kennis van woordgeslacht en leer je meer over taalverandering. Je maakt globaal kennis met een aantal online dialectcorpora en je past wat je hebt geleerd op een creatieve manier toe in een kleine schrijfopdracht.

Stap 1: 'Een meisje die'


Column

Lees de column van Eus (Özcan Akyol) uit het AD (2018). Deze column gaat over de observatie dat steeds meer sprekers ‘een meisje die’ zeggen. 

https://www.ad.nl/binnenland/een-meisje-die-of-een-meisje-dat~a9fb2a2b/ 

Opdracht: Perspectief op taal

1. Ben je het eens met het standpunt van Eus of niet, en waarom?

2. Eus noemt zichzelf een ‘taalnazi’. Wat bedoelt hij hiermee? Hoe zou jij zijn perspectief op taal beschrijven? 

Taalregels

In het digitale Taalloket van Genootschap Onze Taal kun je antwoorden vinden op allerlei taalvragen. Onze Taal deelt op haar website taaladviezen die gaan over de Nederlandse regels voor correcte spelling en grammatica.

Bekijk eerst globaal de taalregels over woordgeslacht:
https://onzetaal.nl/zoekresultaten?keywords=woordgeslacht


Opdracht

Lees nu het taaladvies van Onze Taal over 'het meisje die/dat daar fietst': https://onzetaal.nl/taaladvies/het-meisje-die-dat-daar-fietst


Beantwoord de volgende vragen:

3. Wat is er volgens de taalregels fout aan 'het meisje die'?

4. Waarom wordt deze fout volgens de taaladviesdienst vaak gemaakt?

Je begint al een expert te worden! Je kent nu de regels rondom woordgeslacht en weet dat er taalgebruikers zijn die zich ergeren aan ‘taalfouten’ (zoals ‘een meisje die’). Zij hebben een zogenaamd 'normatief' perspectief op taal (je moet je aan de regels houden!) en denken dat de taal verloedert als steeds meer mensen dit soort fouten gaan maken, dus daar zouden we met z’n allen iets tegen moeten doen. 

Maar kunnen we taalverandering wel tegengaan? In de volgende opdrachtjes ga je jouw eigen kennis van woordgeslacht testen en maak je kennis met andere perspectieven op woordgeslachtfouten. 

Stap 2: Taalregels vs. taalgebruik


Digitale grammatica's

Naast het gebruik van taaladviesdiensten (zoals die van Onze Taal), kun je taalregels ook opzoeken in digitale grammatica’s. Deze zijn vooral gericht op onderzoekers. Kijk eens rond op de website van het Taalportaal en die van de E-ANS (Elektronische Algemene Nederlandse Spraakkunst). 

 

Taalportaal: https://taalportaal.org

E-ANS: http://ans.ruhosting.nl

 

Bedenk eens voor jezelf: Wat valt je op aan de websites (denk aan taal, type informatie, doorzoekbaarheid)? Vind je ze makkelijk of moeilijk? En zou je ze voor je eigen onderzoek naar woordgeslacht kunnen gebruiken, waarom wel of niet?

 

Tip: zoek eens op woordgeslacht of gender, of op lidwoorden of articles.

Quiz

Je gaat nu jouw eigen kennis van Nederlands woordgeslacht testen aan de hand van een online quiz.

Ga naar https://tests.quest.nl/taal/de-het-meisje-weet-jij-woorden-mannelijk-vrouwelijk-onzijdig-zijn


Lees voordat je de test gaat maken eerst de korte uitleg over wat je precies moet doen. Als je de tekst hebt gelezen, kun je op de knop ‘start test’ klikken om te beginnen. 

 

Aan het einde van de test kun je jouw score zien. Bekijk welke vragen je goed/fout hebt en lees ook de toelichtingen bij de antwoorden.

Wat vinden taalkundigen?

Lees nu het korte artikel bij de quiz:

https://www.quest.nl/maatschappij/taal/a29530668/de-het-woordgeslacht/

 

De laatste twee alinea’s, ‘De taal verandert steeds’ en ‘Niet goed of fout’ laten een ander perspectief op taalvariatie zien dan de column van Eus. Volgens Eus zijn ‘fouten’ in woordgeslacht taalverloedering en moeten mensen hierop worden aangesproken. Taalwetenschappers willen taalvariatie juist verklaren en er geen oordeel over vellen. 

Opdracht: Het perspectief van taalkundigen

Je gaat je nu verder verdiepen in het standpunt van taalkundigen. Lees het artikel ‘De taalfout van nu is de regel van de toekomst’, dat in januari 2020 verscheen in Trouw
Je kunt het artikel via onderstaande button downloaden.

Om te begrijpen waarom sommige mensen zo fel reageren op taalfouten, kan vraag 5 uit het interview helpen: "Als het [de taalregel] zo toevallig is, waarom maken zo veel mensen zich dan zo druk over ‘groter als’ en ‘hun lopen’?"

5. Welke oorzaken voor taalirritaties worden genoemd?

Opdracht: Is het erg dat taal verandert?

Lees nu het artikel 'Is het erg dat taal verandert?':
http://www.taalcanon.nl/vragen/is-het-erg-dat-taal-verandert/

In het artikel staat beschreven dat taalwetenschappers onderscheid maken tussen externe en interne factoren in taalverandering. Zo is taalcontact een externe factor. Woordgeslachtfouten zouden voort kunnen komen uit contact met sprekers die als moedertaal het Turks, Surinaams of Marokkaans hebben.

"Deze sprekers hebben veelal moeite met het geslachtssysteem van het Nederlands, omdat ze dat niet kennen vanuit hun moedertaal. Dat leidt ertoe dat 'het'-woorden 'de'-woorden worden, en bijvoeglijke naamwoorden steeds vaker op een -e eindigen (de huis, een grote huis). Uit onderzoek is gebleken dat kinderen met Nederlands als moedertaal geneigd zijn deze veranderingen over te nemen."

Beantwoord nu de volgende vragen: 

6. Herken je de neiging van jongeren (leeftijdsgenoten) om lidwoordveranderingen zoals 'een meisje die' over te nemen, en zo ja, in wat voor situaties zie je dat dan vooral gebeuren?

7. 'Een meisje die' wordt door zowel taalkundigen als leken in verband gebracht met straattaal en hiphoptaal. Wat zou voor jongeren een reden kunnen zijn om dit soort fouten te maken in deze taalvariëteiten? En doen ze dat bewust of onbewust, denk je?

Hint: gebruik de alinea 'Straattaal' in het artikel 'Jongerentaal heeft de toekomst' om tot een antwoord te komen. Je kunt het artikel via onderstaande button downloaden. 

Opdracht: Wat weet je nu over taalverandering?

De voorgaande artikelen hebben je hopelijk meer inzicht gegeven in wat taalverandering precies is. Beantwoord nu de volgende vraag: 

8. Wat vertelt de titel van het artikel 'De taalfout van nu is de regel van de toekomst' ons over taalverandering? Kunnen we taalverandering tegengaan (en is dat wenselijk) of niet?

Stap 3: Inzoomen en toepassen


Woordgeslacht in Brabants dialect

In het vervolg van dit onderzoekje ga je eerst 'inzoomen' op woordgeslacht in een dialect, namelijk Brabants dialect. Ga naar het volgende artikel: https://www.brabantserfgoed.nl/page/10091/woordgeslacht-in-brabants-dialect


Lees de eerste alinea onder het kopje ‘Woordgeslacht in Brabants dialect’ en beantwoord de volgende vraag:  

 

9. Hoe wijkt het Brabantse systeem van woordgeslacht af van het Nederlandse systeem dat je in de eerdere opdrachten hebt leren kennen?

Dialectcorpora

Dialectonderzoekers maken gebruik van verschillende onderzoeksmethoden, zoals schriftelijke (digitale) vragenlijsten, interviews, spraakopnamen of het bestuderen van dialectgebruik op sociale media. Daarnaast doorzoeken ze online dialectcorpora waarin dialectdata (van gesproken interviews of geschreven vragenlijsten) zijn opgeslagen uit een bepaalde tijdsperiode. Voorbeelden daarvan zijn: 

 

  • Reeks Nederlandse Dialectatlassen (RND)
  • Morfologische Atlas van de Nederlandse Dialecten (MAND)
  • Syntactische Atlas van de Nederlandse Dialecten (SAND)

 

Zoek op internet naar informatie over deze drie corpora.
Let bijvoorbeeld op het type data dat je erin kunt terugvinden (gesproken/geschreven, woordvorming/zinsstructuur/klanken), de tijdsperiode waarin de data zijn verzameld en het gebied (de regio’s/plaatsen) waar de data zijn verzameld. 

Zelf zoeken in een database

Je gaat nu zelf zoeken in de MAND database (Morfologische Atlas van de Nederlandse Dialecten): https://www.meertens.knaw.nl/mand/database/index.php 

 

Je kunt op verschillende categorieën zoeken: transcripties (uitgeschreven spraakopnames), woordcategorieën, stameinde en plaatsen. Probeer maar eens uit!

Oefenen

Stel je bent op zoek naar informatie over de aanduiding van woordgeslacht. Je zou dan kunnen gaan zoeken op woordcategorieën, bijvoorbeeld naamwoord enkelvoud.

Vervolgens krijg je een lange lijst combinaties van het onbepaalde lidwoord ‘een’ met enkelvoudige zelfstandige naamwoorden. Klik bijvoorbeeld eens op ’n aap. Je krijgt nu opnieuw een lange lijst met in de eerste kolom zogenaamde 'kloekecodes': elke code hoort bij een plaats. Voor elke plaats/code is een transcriptie beschikbaar: dat is het woord zoals dat door de participant in de betreffende plaats is uitgesproken. Het is waarschijnlijk niet zo gemakkelijk om de transcriptie te lezen. Dat komt doordat een speciaal soort schrift is gebruikt: het Internationaal Fonetisch Alfabet (IPA). Zoek op internet wat IPA precies is (je hoeft het schrift niet zelf te leren). 

Zoekopdracht

Als je nu gaat zoeken op Brabantse plaatsen dan verwacht je een afwijkende aanduiding van woordgeslacht te vinden. Binnen de database kun je gemakkelijk op specifieke plaatsen zoeken. Bovenaan de pagina kun je alle plaatsen met een bepaalde beginletter selecteren. Kijk voor Brabant bijvoorbeeld eens naar Tilburg of Eindhoven. Zoek nu naar de volgende enkelvoudige woorden (de lijst is alfabetisch):

een auto, een boom, een dag, een hoed, een trein

10. Komen de resultaten overeen met je verwachting, waarom wel of niet? 
(je kunt eventueel het geslacht van deze woorden opzoeken op de website van Van Dale)

 

Zoek ook eens op je eigen woonplaats (of een plaats dicht in de buurt). Als er een luidsprekertje bij staat, kun je de originele opnames ook beluisteren. Herken je het dialect uit je eigen regio? 

Opdracht: Hyperdialect

Ga nogmaals naar het artikel over woordgeslacht in Brabants dialect en lees verder vanaf de alinea waar je net gebleven was:
https://www.brabantserfgoed.nl/page/10091/woordgeslacht-in-brabants-dialect 

 

In het artikel staat beschreven dat uit onderzoek blijkt dat ook sprekers van het Brabants zich niet altijd aan de regels van woordgeslacht houden. Zoals je in de vorige opdracht zelf al hebt gezien, is er variatie. Sommige sprekers gebruiken geen aparte markeringen meer voor mannelijk geslacht, net zoals in het Nederlands. Er zijn echter ook sprekers die de mannelijke geslachtsaanduiding bij vrouwelijke of onzijdige woorden zijn gaan gebruiken, bijvoorbeeld ‘unnen oma’ of ‘unne kuukske’ (koekje). Onderzoekers spreken dan van ‘hyperdialectismen’. 

11. Kunnen hyperdialectismen net als ‘een meisje die’ ook een taalergernis zijn denk je, waarom wel of niet?

Creatieve schrijfopdracht

Je gaat in deze laatste creatieve schrijfopdracht alle inzichten uit de voorgaande opdrachten met elkaar combineren. Voor deze opdracht mag je kiezen uit twee verschillende genres: het pleidooi en de meme. Hieronder vind je meer informatie over beide genres, kies zelf de opdracht die je het meest interessant lijkt!

Keuze 1: Pleidooi

Schrijf een kort pleidooi van maximaal 300 woorden waarin je één stelling over taalverandering verdedigt, bijvoorbeeld:

  • 'We moeten zuinig omgaan met onze prachtige taal: een meisje die is gewoon fout'
  • 'De taalfout van nu is de taal van de toekomst'

 

Het is dus de bedoeling dat je eerst jouw standpunt bepaalt (of in elk geval het standpunt dat je wilt verdedigen) en daarbij de best passende stelling kiest. Je mag ook zelf een stelling verzinnen. Je kunt je pleidooi richten op Eus - als reactie op zijn krantencolumn - maar bijvoorbeeld ook op een familielid, vriend/vriendin, docent, klasgenoot enz. Probeer hem of haar van jouw stelling te overtuigen met argumenten die zijn gebaseerd op de eerdere opdrachten uit deze verkenning. 

 

Je kunt hier meer informatie vinden over dit tekstgenre evenals schrijftips. 

https://schrijfakademie.nl/oefening/overtuigen-in-wat-je-schrijft/


Keuze 2: Meme

Je kunt verschillende genres gebruiken om een boodschap over te brengen; dat hoeft niet altijd op een serieuze manier te gebeuren. Een genre dat vandaag de dag erg populair is (op internet) om een bepaalde stelling, gedachte of observatie met anderen te delen is de ‘meme’. In dit genre wordt een bestaande afbeelding of een bestaand filmpje grappig gemaakt door het toevoegen van tekst.

 

Lees hier meer over het genre van de ‘meme’: 

https://schrijfakademie.nl/oefening/meme-bestaande-beelden-bewerkt/ 

http://blog.donders.ru.nl/?p=6751 


Je gaat nu jouw eigen standpunt bepalen over taalverandering. Ben jij net zo streng op taalfouten als Eus? Of ben jij meer een neutrale onderzoeker die liever niet over ‘fouten’ spreekt? Bespreek jouw standpunt eventueel met je medeleerlingen. 

 

Als je jouw standpunt hebt bepaald, ga je een eigen meme ontwerpen waarin dat standpunt duidelijk naar voren komt. Je mag weer ‘een meisje die’ gebruiken, maar je kunt ook een andere taalkwestie kiezen, zoals ‘groter als/dan’ of ‘hun/zij hebben’ (of iets anders dat je interessant vindt). 

 

Ga nu naar de meme generator: https://imgflip.com/memegenerator. Je kunt daar zelf de afbeelding voor je meme kiezen en de tekst invoeren. Als je klaar bent, kun je jouw meme downloaden (vink dan eerst het boxje ‘private’ aan, er opent dan een nieuw venster met een downloadknop). 

 

Heb je meer inspiratie nodig? Hieronder kun je drie voorbeelden downloaden. 

In deze verkenning heb je meer geleerd over taalverandering aan de hand van het voorbeeld 'een meisje die' en woordgeslacht in Brabants dialect. Je weet nu hoe je zelf onderzoek kunt doen naar dit onderwerp, of naar een ander taalverschijnsel dat aan het veranderen is.

Je hebt ook een beetje kennisgemaakt met dialectonderzoek.
Vind je dialecten interessant voor een eigen onderzoekje, zoals voor een profielwerkstuk, kijk dan eens op:  https://www.profielwerkstuktaalkunde.nl/thema-s/dialect/.

Als je meer geïnteresseerd bent in taalcontact en taalverandering, kun je hier kijken: https://www.profielwerkstuktaalkunde.nl/thema-s/taal-in-contact/.